Kabinet-Kuyper (1901-1905) -


Foto kabinet-Kuyper grootvergrootglas

Het coalitiekabinet-Kuyper wordt gevormd na de overwinning van de rechtse partijen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1901. Rooms-katholieken, Antirevolutionairen, Vrije antirevoltionairen en Christelijk-Historischen haalden daarbij samen 58 zetels. Die laatste twee groeperingen bleven echter buiten het kabinet. Tot 1904 heeft het kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer. Na de verwerping van de Hoger-onderwijswet in 1904 ontbindt het kabinet de Eerste Kamer. De verkiezingen bezorgen het kabinet-Kuyper alsnog een meerderheid in de Senaat.

De belangrijkste gebeurtenis tijdens deze kabinetsperiode is de Spoorwegstaking van 1903, die wordt gevolgd door hard ingrijpen door het kabinet en een stakingsverbod voor ambtenaren. De maatschappelijke verhoudingen worden hierdoor op scherp gezet.

Het kabinet regeert op basis van een regeerakkoord van twaalf punten. Van wetgeving op het gebied van de arbeidsomstandigheden en de sociale zekerheid komt weinig terecht. Wel verbetert het kabinet de positie van het bijzonder onderwijs, wordt het wetboek voor militair strafrecht herzien en komt er een nieuwe Drankwet.

Het kabinet treedt op 1 augustus 1901 aan en biedt na de Tweede Kamerverkiezingen op 3 juli 1905 zijn ontslag aan. Op 17 augustus 1905 is het kabinet-De Meester zijn opvolger.

1.

Bijzonderheden

Minister-president

Per 1 november 1901 wordt Kuyper vaste voorzitter van de ministerraad. Tot dan was er (formeel) een wisselend voorzitterschap. Hij blijft tevens voorzitter (tot april 1905) en leider van de ARP en penningmeester van het Centraal Comité van die partij.

Boerenoorlog

De Nederlandse regering heeft veel sympathie voor de strijd die de 'stamverwante' Zuid-Afrikaanse Boeren tegen de Engelsen voeren. De koningin tracht tevergeefs via zowel de Britse koningin Victoria als de Duitse keizer Wilhelm II te bemiddelen in dit conflict. Kuyper zelf weet wel een zekere bemiddelende rol te spelen, nadat de Boerenrepubliek door de Britten zijn verslagen.

Kuyper eist voor zichzelf een sterke rol op in de buitenlandse politiek en legt veel buitenlandse bezoeken af. Over Kuyper wordt wel gezegd dat hij minister voor buitenlandse reizen is. Hij overschaduwt de zwakke minister van Buitenlandse Zaken, die uiteindelijk aftreedt.

Spoorwegstaking 1903

In januari 1903 breken in de havens van Amsterdam stakingen uit. De werkgevers willen daarop spoorwegarbeiders inschakelen bij het lossen van de boten. Uit protest daartegen breekt in het hele land een spoorwegstaking uit. De werkgevers geven vervolgens toe aan de eisen.

Het kabinet-Kuyper dient als reactie op deze gebeurtenissen wetsvoorstellen in die stakingen bij openbare diensten moeten verbieden. De indiening geschiedt niet, zoals gebruikelijk, bij brief, maar door de ministers persoonlijk in de Tweede Kamer.

Tegen deze voorstellen komt verzet. Een Comité van Verweer besluit tot het uitroepen van een nieuwe spoorwegstaking in april. Die staking wordt echter een mislukking, onder meer doordat stakers worden ontslagen. De antistakingswetten worden vervolgens in snel tempo door beide Kamers aanvaard.

Ontbinding 1904

Het kabinet dient in 1902 een voorstel tot wijziging van de Hoger-Onderwijswet in. Door die wijziging moet iemand die aan een niet door de overheid gesubsidieerde universiteit (zoals de Vrije Universiteit in Amsterdam) afstudeert, dezelfde rechten krijgen als iemand die zijn titel behaalt aan een openbare universiteit.

De Tweede Kamer aanvaardt dit wetsvoorstel op 24 maart 1904 met 56 tegen 41 stemmen. De in meerderheid liberale Eerste Kamer wijst op 14 juli met 27 tegen 22 stemmen het voorstel echter af, omdat zij niets voor aparte christelijke universiteiten voelt. Kuyper ontbindt hierna de Eerste Kamer.

Door de Kamer te ontbinden zullen liberalen hun meerderheid in de Eerste Kamer verliezen. Vervolgens wordt het verworpen wetsvoorstel opnieuw ingediend en nu wel door beide Kamers aanvaard.

Ethische politiek

De ministers Van Asch van Wijck en Idenburg maken in Nederlands-Indië een begin met een politiek die er op is gericht de inlandse bevolking zedelijk en economisch te 'verheffen' door verbetering van onder meer onderwijs en bestuur en door een voorzichtige welvaartspolitiek (verbetering infrastructuur, irrigatie etc.). 

De koloniale oorlog om Atjeh te 'pacificeren' wordt inmiddels voortgezet, waarbij het Nederlands-Indische leger onder Van Heutsz hard optreedt.

Tariefwet

Minister Harte van Financiën streeft naar verhoging van het invoertarief om de Nederlandse industrie te beschermen en om nieuwe sociale maatregelen te kunnen financieren. Zijn voorstel wordt echter niet meer voor de verkiezingen afgehandeld.

2.

Samenstelling kabinet

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. R. Melvil baron van Lynden (arp) (1 augustus 1901 - 9 maart 1905)
minister a.i.: A.G. Ellis (partijloos) (9 maart 1905 - 22 april 1905)
minister: Jhr.Mr. W.M. van Weede van Berencamp (partijloos) (22 april 1905 - 7 augustus 1905)
minister a.i.: A.G. Ellis (partijloos) (7 augustus 1905 - 16 augustus 1905)

Justitie
minister: Mr.dr. J.A. Loeff (r.k.)

Binnenlandse Zaken
minister: Dr. A. Kuyper (arp) (31 juli 1901 - 16 augustus 1905)

Financiën
minister: Mr. J.J.I. Harte van Tecklenburg (r.k.)

Oorlog
minister: J.W. Bergansius (r.k.)

Marine
minister: G. Kruys (partijloos) (1 augustus 1901 - 12 december 1902)
minister a.i.: J.W. Bergansius (r.k.) (12 december 1902 - 16 maart 1903)
minister: A.G. Ellis (partijloos) (16 maart 1903 - 16 augustus 1905)

Waterstaat, Handel en Nijverheid
minister: Mr. J.Ch. de Marez Oyens (arp)

Koloniën
minister: Jhr.Mr. T.A.J. van Asch van Wijck (arp) (1 augustus 1901 - 9 september 1902)
minister a.i.: J.W. Bergansius (r.k.) (9 september 1902 - 24 september 1902)
minister: A.W.F. Idenburg (arp) (25 september 1902 - 16 augustus 1905)

3.

Mutaties

In 1901 treedt minister Melvil van Lynden af, nadat hij eerder door Kuyper min of meer onder curatele is gesteld door de benoeming van de diplomaat Von Weckerlin aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. De opvolger van Van Lynden is ook een diplomaat, Van Weede van Berencamp. Kort voor het einde van het kabinet treedt ook hij af, vanwege een conflict over het verlenen van een hoge onderscheiding aan een diplomaat.

Tijdens deze kabinetsperiode overlijden de ministers Van Asch van Wijck en Kruys.

4.

data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
27 juni 1901 Tweede Kamer­verkiezingen      
11 juli 1901 benoeming (in)formateur A. Kuyper 25 juli 1901 15
1 augustus 1901 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Wilhelmina 2 juli 1905 1432
3 juli 1905 kabinet demissionair   16 augustus 1905 45
17 augustus 1905 ontslag verleend Koningin Wilhelmina    
 
  • Contact
  • Home