H. van Boeijen -


H. van Boeijen

foto H. van Boeijenvergrootglas Vriendelijke, arbeidzame en bescheiden CHU-bewindsman. Vrome protestant van de Veluwe. Werd na een loopbaan bij de PTT en de provincie Zuid-Holland in 1937 verrassend minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Colijn IV. Bleef daarna acht jaar minister en maakte ook deel uit van de Londense kabinetten, onder andere als minister van Oorlog. Had nauwelijks kennis van de militaire organisatie. Werd allengs sterk gehinderd door doofheid. Stond, hoewel hij op administratief gebied verdienstelijk was, niet bekend als een krachtig bestuurder, maar werd door zijn ambtgenoten wel geacht als persoon.

CHU
in de periode 1937-1945: minister

1.

personalia

geboorteplaats en -datum
Putten, 23 mei 1889

overlijdensplaats en -datum
Soesterberg (gem. Soest), 30 maart 1947

levensbeschouwing
Nederlands Hervormd: orthodox

2.

partij/stroming

partij(en)
CHU (Christelijk-Historische Unie)

3.

loopbaan

  • klerk Provinciale Griffie te Arnhem, tot 1915 
  • adjunct-commies Posterijen en Telegrafie, van 1915 tot 1917 
  • commies Posterijen en Telegrafie, van 1917 tot 1918 
  • hoofdcommies Posterijen en Telegrafie, van 1918 tot 1920 
  • lid gemeenteraad van Voorburg, van 2 september 1919 tot september 1925 
  • wethouder (onder meer van openbare werken, grondbedrijf en sociale zaken) van Voorburg, van 2 september 1919 tot september 1925 
  • referendaris Posterijen en Telegrafie, van 1920 tot 1 juli 1922 
  • sous-chef (rang: referendaris) afdeling uitgaven, Posterijen en Telegrafie, van 1 juli 1922 tot 1925 
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 3 juli 1923 tot 24 juni 1937 
  • lid Gedeputeerde Staten (belast met verkeer en volkshuisvesting) van Zuid-Holland, van 3 september 1925 tot 24 juni 1937 
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 24 juni 1937 tot 31 mei 1944 
  • minister van Algemene Zaken ad interim, van 3 september 1940 tot 31 mei 1944 
  • minister van Defensie ad interim, van 12 juni 1941 tot 27 juli 1941 
  • minister van Oorlog ad interim, van 27 juli 1941 tot 15 september 1942 
  • minister van Algemene Zaken, van 31 mei 1944 tot 23 februari 1945 
  • minister van Binnenlandse Zaken ad interim, van 27 januari 1945 tot 23 februari 1945 

4.

partijpolitieke functies

  • lid bestuur CHU kamerkring Leiden, omstreeks 1932 
  • voorzitter CHU Statenkring Zuid-Holland, omstreeks 1932 
  • lid hoofdbestuur Vereniging van C.H.-leden van gemeentebesturen, omstreeks 1932 

5.

nevenfuncties

  • lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 1 september 1921 tot september 1927 
  • voorzitter college van notabelen Nederlandse Hervormde Kerk te Voorburg (voor 1937) 
  • voorzitter diverse schoolbesturen in Voorburg (voor 1937, 15 jaar) 
  • lid commissie verkeersvraagstuk Zuid-Holland-Noord-Brabant-Zeeland (commissie-Van Rijkevorsel) (voor 1937) 
  • voorzitter provinciale adviescommissie voor uitbreidingsplannen in Zuid-Holland (voor 1937) 
  • voorzitter commissie ontwerpen streekplan IJsselmonde (voor 1937) 
  • voorzitter commissie Westland (voor 1937) 
  • penningmeester Nederlands-Hervormde Stichtingen voor Geesteszieken (voor 1937) 
  • voorzitter Radioraad, van 1 september 1932 tot juni 1937 
  • voorzitter Radio-omroepcontrolecommissie, van 1 september 1932 tot juni 1937 
  • redacteur tijdschrift "Gemeentebeleid" 
  • voorzitter Raad van Beheer "NOZEMA" (Nederlandse Omroep-Zender Maatschappij) 
  • voorzitter Centraal Orgaan voor de Zuivering van Overheidspersoneel, omstreeks 1945 

gedelegeerde commissies, presidia etc.
secretaris van de ministerraad, van juni 1937 tot 1940

6.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Hogere Burgerschool te Amersfoort 

hoger beroepsonderwijs
  • gemeenteadministratie 

overige opleidingen
  • staatswetenschappen 

7.

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Belangrijkste benoeming tijdens zijn ministerschap (1937-1944): P.J. Oud (vdb, burgemeester van Rotterdam) 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1937 een wet tot vereniging van Veur en Stompwijk tot stand (vorming gemeente Leidschendam) 
  • Bracht in 1938 een wet tot stand inzake vereniging van Lith, Lithoijen en Oijen (vorming nieuwe gemeente Lith) 
  • Bracht in 1939 samen met minister Goseling een wet tot stand over de stichting van een centraal vluchtelingenkamp in Westerbork, met name voor de opvang van joodse vluchtelingen uit Duitsland 

8.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd minister nadat Colijn schriftelijk op hem was gewezen door Gerbrandy, die Van Boeijen kende als voorzitter van de Radioraad 
  • De Geer droeg hem zonder overleg met zijn partijgenoten voor. Tilanus werd er door overrompeld. Hij wist dat Van Boeijen kort tevoren te licht was bevonden voor het burgemeesterschap van Baarn. 
  • Was als minister van Binnenlandse Zaken ook belast met aangelegenheden betreffende de Posterijen, Telefonie en Telegrafie (inclusief radio-aangelegenheden) en met volkshuisvesting 
  • Was in september en oktober 1937 uitgeschakeld vanwege een maagoperatie in het Bronovo-ziekenhuis 
  • Verdedigde in 1938 in de Eerste Kamer met succes zes voorstellen in tweede lezing tot herziening van de Grondwet. De verdediging van de voorstellen in de Tweede Kamer had hij moeten overlaten aan minister De Wilde. 
  • Als inwoner van Voorburg was hij gekant tegen de annexatie door Den Haag van Voorburg en andere randgemeenten. Daarom heeft secretaris-generaal Frederiks die in de bezettingstijd ook niet doorgevoerd. 
  • Was als minister in Londen ook belast met evacuatie en uitgewekenen 
  • Diende op 23 februari 1944 zijn ontslag in, omdat hij als minister van Binnenlandse Zaken op grond van zijn gezondheid niet tot de ministers-kwartiermakers zou gaan behoren, wat hij vanwege de verantwoordelijkheid voor het lokale bestuur onaanvaardbaar vond. Bleef uiteindelijk toch aan, maar verwisselde in mei 1944 wel Binnenlandse Zaken voor Algemene Zaken (wat hij tot dan ad interim had beheerd). Hij behield wel verantwoordelijkheid voor P.T.T.-aangelegenheden, en werd ook belast met huisvesting en overheidspensioenen. 
  • Werd in 1946 door de Eerste Kamer als tweede op de voordracht geplaatst voor het vervullen van de vacature-De Savornin Lohman (CHU, Eerste Kamer). Benoemd werd Baron Van der Feltz, de nummer één van de voordracht. 

uit de privésfeer
  • Hield talrijke referaten en lezingen over gemeenteadministratie, financiële en economische aangelegenheden en gemeentepolitiek etc. 
  • Zette zich in voor betere organisatie van de zwakzinnigenzorg. Het Hendrik van Boeijen-Oord in Assen is naar hem vernoemd. 
  • In zijn 'Engelse jaren" ging hij regelmatig op zondag preken in militaire kampen en zelfs een keer, nadrukkelijk aangekondigd, op de puinhopen van de Nederlandse kerk in Londen. 
  • Zijn vader was gemeenteontvanger (1889) en schoenmaker 

anekdotes
  • Zijn doofheid was in Londen erg hinderlijk. Als er een bom viel, riep hij "binnen" omdat hij dacht dat er op de deur werd geklopt. 
  • Had geen enkele kennis van de militaire organisatie. Zo dacht hij dat met de 'officier van piket' iemand werd bedoeld, die als achternaam 'Van Piket' had. (zie: L. de Jong, "Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog", deel 9, eerste helft) 

verkiezingen
  • Stond in 1922 en 1925 bij de Tweede Kamerverkiezingen op een onverkiesbare plaats 

woonplaats(en)/adres(sen)
Voorburg, Westeinde 5, omstreeks 1938

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1935

9.

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • L. de Jong, "Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog", deel I, 622 
  • D. Hillenius, "Hendrik van Boeijen", in: VNG-Magazine, 1999 
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) 

10.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Putten, 23 mei 1916

echtgeno(o)t(e)/partner
P.G. de Mots, Petronella Gerarda

kinderen
2 dochters en 2 zoons

vader
B. van Boeijen, Bessel

geboorteplaats en/of -datum
Putten

moeder
G. van Donkersgoed, Geertje

geboorteplaats en/of -datum
Barneveld
  • Contact
  • Home